Juf Marjolein

62

In de afgelopen decennia is er meer over didactiek geschreven dan over pedagogiek. Opbrengstgericht onderwijs stond centraal en goede didactiek kon daaraan een belangrijke bijdrage leveren. Wanneer kinderen de gewenste resultaten niet behaalden werd er meestal eerst gekeken naar wat er met het kind aan de hand was (dyslexie? ADHD? autisme?) voordat er aandacht was voor de leraar. En wanneer het wel over de leraar ging, dan werd vooral de didactiek onder de loep genomen of draaide het om de problemen die de leraar met bepaalde kinderen ondervond.

Gelukkig lijkt het tij te keren. Er verschijnen steeds meer boeken, artikelen en lezingen over pedagogiek en pedagogisch tact. “Pedagogisch tact of tactvol handelen vraagt een relatie die gekenmerkt wordt door openheid en sensitiviteit voor wat een leerling bezighoudt of voor wat een leerling nodig heeft en het vertrouwen in zijn wil om te groeien.” Bron: www.nivoz.nl. Eenvoudig gezegd: Er moet eerst een goede relatie zijn tussen de leraar en de leerling voordat het leren kan beginnen.

De grondleggers van de Self Determination Theory, Edward Deci en Richard Ryan schrijven dat mensen van nature gericht zijn op groei en ontwikkeling en dat interactie tussen mensen daarvoor belangrijk is. Zij onderscheiden drie menselijke basisbehoeften:

  • Behoefte aan relatie; je echt verbonden voelen in een betekenisvolle relatie. Investeren als leraar in de relatie betekent ook dat je je leerlingen echt goed kent en daardoor in staat bent om hen betekenisvol onderwijs te bieden;
  • Behoefte aan competentie; wens om iets te kunnen en ergens goed in te zijn. Voor een leraar betekent dit aandacht voor de diversiteit aan talenten in zijn klas en een bemoedigende houding richting leerlingen, met de nadruk op wat al goed gaat in plaats van de nadruk op fouten. Competent is juist ook fouten durven maken en doorzetten als iets lastig is. De leraar speelt een belangrijke rol in de competentie-ontwikkeling van een leerling;
  • Behoefte aan autonomie; wens om zelf keuzes te maken en beslissingen te nemen. Wanneer de leraar de kinderen goed kent, weet hij ook welke verantwoordelijkheden en vrijheden zij aankunnen en welke grenzen of regels zij juist nodig hebben.

Deci en Ryan gaan er vanuit dat deze basisbehoeften bij iedereen in aanleg aanwezig zijn, nog voordat er sprake is van een bepaald doel.

Juf Marjolein

Op de basisschool had mijn dochter (8 jaar) een nieuwe juf. “Echt een leuke juf”, zei ze. ‘s Avonds stond die leuke juf ineens naast mij, langs de lijn bij het voetbalveld. “Hé, wat brengt jou hier?”, vroeg ik haar. “Ik bezoek al mijn kinderen uit de klas in hun vrije tijd”, zei ze. “De één zit op voetbal, de ander heeft pianoles. Ik vind het ontzettend boeiend om te zien hoe hun leven buiten school er uitziet en zij vinden het ook leuk om te laten zien wat ze kunnen.” De volgende dag zwermden de kinderen om juf Marjolein heen. “Juf, juf, zag je dat Paul en ik hadden gescoord?” “Juf, wanneer kom je bij mijn judoles kijken?” Deze kleine interventie (die natuurlijk wel tijd kost) leverde de juf een goede band op met de kinderen. De bezoekjes hadden haar veel informatie geboden om het gesprek aan te gaan met haar leerlingen. Ook kon ze hierdoor met haar lessen beter aansluiten op de verschillende interesses in haar klas.

Deci en Ryan zouden trots op deze juf zijn. Door te investeren in de relatie met alle leerlingen in haar klas legde zij de basis voor een onvergetelijk jaar. De sfeer was goed, er werd hard gewerkt en de kinderen kregen veel ruimte om zich te ontwikkelen. Juf Marjolein, bedankt!

Lees meer over dit onderwerp op: https://gritineducation.com/ken-jij-de-kinderen-in-je-groep/


Comments are closed.