Interactievaardigheden in de kinderopvang

215

Veel pedagogisch medewerkers in de kinderopvang werkten de afgelopen tijd aan het verbeteren van hun interactievaardigheden. De training richtte zich op:

3 basale vaardigheden

  • sensitieve responsiviteit
  • respect voor autonomie
  • structureren en grenzen stellen

3 educatieve vaardigheden

  • praten en uitleggen
  • ontwikkelingsstimulering
  • begeleiden van interacties

Het NCKO (Nederlands Consortium Kinderopvang Onderzoek) heeft deze zes pedagogische interactievaardigheden ontwikkeld. Op de website van het NCKO staat de volgende uitleg:

 

“1) Sensitieve responsiviteit: Pikt de pedagogische medewerker de signalen op van de kinderen en reageert ze op een goede manier? Is hij/zij een veilige haven voor het kind?

2) Respect voor autonomie: Geeft de pedagogische medewerker ruimte aan de kinderen? Stimuleert hij/zij actief dat kinderen zelf iets doen? En op hun eigen manier?

3) Structureren en grenzen stellen: Hierbij gaat het er om of de pm-er op een goede manier de kinderen duidelijk kan maken wat er van de kinderen verwacht wordt en hoe ze ervoor zorgt dat de kinderen zich daar aan houden.

4) Ontwikkelingsstimulering: De pedagogisch medewerker biedt stimulering, aangepast op aandacht, ontwikkelingsniveau en gemoedstoestand van het kind, prikkelt de interesse van het kind maar vermijdt overstimulering en gebruikt de momenten die zich voordoen. De pm’er stimuleert de motorische vaardigheden, cognitieve vaardigheden, taalvaardigheden en creatieve vaardigheden van kinderen.

5) Praten en uitleggen: Deze vaardigheid gaat om de mate waarin iemand praat en uitlegt (kwantiteit) maar ook om hoe iemand dat doet (kwaliteit).

6) Begeleiden van interacties tussen kinderen. Hoe stimuleer je als pedagogisch medewerker de relaties tussen de kinderen in de groep? Iedere leeftijdsgroep heeft weer zijn eigen uitdagingen.”

Bron: www.kinderopvangonderzoek.nl


Comments are closed.